Vaginale droogheid

Door de veranderende hormoonhuishouding gedurende en na de overgang ontstaat vaginale droogheid. Dit is een normaal en natuurlijk proces. Vooral de aanmaak van het hormoon oestrogeen neemt dan sterk af. Het gevolg hiervan is dat het vaginaweefsel en de epitheellaag dunner, droger en minder elastisch worden.

Dit gaat gepaard met klachten als jeuk, branderigheid, droge vagina, pijn, pijnlijke gemeenschap en roodheid van de schaamlippen. Tevens wordt het weefsel gevoeliger voor vaginale infecties.

periodes

Onder invloed van het afnemende hormoon oestrogeen neemt ook de hoeveelheid van een ander belangrijk bestanddeel, Hyaluronzuur, in het vaginaweefsel af gedurende de overgangsjaren.

grafiekje

Premeno vult dit ontstane tekort aan Hyaluronzuur weer aan.

Enkele feiten op een rijtje

  • Vaginale droogheid komt in grote onderzoeken tot bij 55% van de vrouwen in de overgang voor.
  • Men ging er vroeger vanuit dat een afname van het vaginale vochtgehalte pas vele jaren na de menopauze optrad. Huidige inzichten tonen echter aan dat het ook vroeg in de overgangsjaren een probleem kan vormen.
  • Een onvoldoende bevochtiging van de vagina komt voor bij 25% van de vrouwen in de perimenopauze en tot meer dan 50% bij postmenopauzale vrouwen in hun vijftiger jaren. Het wordt even hinderlijk ervaren als de meer herkenbare overgangsverschijnselen zoals opvliegers en transpiratie.
  • In tegenstelling tot de andere overgangsverschijnselen blijkt vaginale droogheid met het voortschrijden van de jaren alleen maar toe in plaats van af te nemen.
  • Een onvoldoende vaginale bevochtiging leidt dikwijls tot jeuk, irritatie, branderig gevoel, pijn bij het plassen en pijn bij het vrijen.
  • Vaginale droogheid wordt terecht in verband gebracht met problemen tijdens het vrijen door een gebrek aan lubricatie (glijdend vermogen) maar is in de postmenopauze ook een veel gehoorde klacht los van de geslachtsgemeenschap.